Tech & Innovatie

Webcammen met het nieuws

Apr 23, 2017 NielsAelfers

Tijdens het schrijven van haar masterscriptie Journalistiek kwam Sofie Willemsen tot de conclusie dat het jongere publiek het persoonlijke contact in de media mist. Daarom kwam ze met het idee Pop-up journalism. En met succes: voor dit idee ontving ze 35.000 euro subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. 

Cammen met het buitenland

Het principe is simpel: twee plekken in de wereld worden met elkaar in contact gebracht door middel van een internetverbinding. Vervolgens kunnen mensen die op dat moment bij een Pop-up punt zijn met elkaar in gesprek gaan door middel van een webcam en een microfoon. Zo werden er tijdens een debatavond in Nederland, Nederlanders in contact gebracht met Trump-stemmers in New York. Op deze manier konden zij elkaar vragen stellen en kennis met elkaar uitwisselen. “Tijdens mijn studie culturele antropologie heb ik een aantal bijzondere landen bezocht, waaronder Griekenland, India en West-Afrika. Hier stond ik altijd direct in contact met de inwoners van de desbetreffende landen, om zo de verschillende culturen te leren kennen. Dit intieme, directe contact heeft veel meer impact dat een geschreven artikel. Dit wil ik mijn gebruikers laten ervaren”, aldus Willemsen. Op dit moment werkt Pop-up journalism met twee computers, een webcam, een microfoon en een internetverbinding. Willemsen: “We willen het zo simpel mogelijk houden, daarom dekken we de computer altijd af waardoor alleen de monitor te zien is. We gebruiken nu Google Hangouts om de videoverbinding te realiseren, uiteindelijk willen we onze eigen software gaan maken om daar niet afhankelijk van te zijn.

Niet overal mogelijk

Om Pop-up journalism te realiseren zijn een aantal zaken essentieel, waaronder de technologie. “Wanneer we vaker willen gaan opduiken zoals in New York en de debatavond in Nederland zullen we afhankelijk zijn van journalisten in het buitenland die met tweedehands apparatuur een Pop-upplek voor ons wil creëren. We zijn ons er van bewust dat dit niet op iedere plek in de wereld mogelijk zal zijn. Echter, dit is geen probleem voor ons. We willen ons niet richten op snelle journalistiek, maar op onderwerpen die langer relevant zijn en een diepere impact hebben”, zegt Willemsen.

Subsidie

Willemsen zit nog met een aantal onduidelijkheden zoals hoe Pop-up Journalism op zo veel mogelijk plekken in de wereld realiseerbaar is en hoe ze gelijkwaardige plekken met elkaar in verbinding gaat brengen, omdat dit heel erg afhankelijk is van de context. Desalniettemin heeft het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek een subsidie van 35.000 euro toegerekend aan het idee van Willemsen. Peter Smet van het SvdJ: “We toetsen de aanvragen op drie punten: de mate waarin het idee vernieuwend is, het journalistieke karakter en de haalbaarheid. Pop-up Journalism is absoluut vernieuwend, omdat het de ervaringseconomie heel goed weet te combineren met journalistiek. Daarnaast heeft het idee van Willemsen een heel sterk journalistiek karakter. De haalbaarheid is lastiger te voorspellen omdat het een heel nieuw idee is. Om die reden zullen ze dus een goed verdienmodel moeten gaan ontwikkelen om het voortbestaan van Pop-up Journalism daadwerkelijk te realiseren. Toch hebben wij het volste vertrouwen in dit idee, daarom hebben wij de subsidie uitgekeerd.”