Internationaal Politiek

Media blijven thuis voor Mali-missie

Apr 21, 2017 Matthijs

Een week geleden kwam de laatste Nederlandse helikopter terug uit Mali. Voor de vier Apaches en drie Chinooks die sinds 2014 boven Mali zijn ingezet, zit de missie erop. Onze troepen zijn nog wel actief in het Afrikaanse land. Nederland levert volgens de Verenigde Naties een essentiële bijdrage. De afwezigheid van media-aandacht is daarom extra verrassend.

Om te voorkomen dat Mali een broeinest voor Islamitische extremisten zou worden, begonnen de Verenigde Naties in april 2013 aan een missie om de stabiliteit en veiligheid in het land te waarborgen. Sinds 2014 levert Nederland een bijdrage aan de missie die officieel MINUSMA heet; Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali. Vrij snel na aanvang werd duidelijk dat de situatie in het land complex is. Ook de manier waarop de commandostructuur is ingericht is allesbehalve ideaal. De Volkskrant berichtte in 2016 dat veel Malinezen überhaupt ‘’niet van het bestaan weten’’ van de missie in hun land. Dat er zo’n 450 Nederlandse militairen aan deelnemen is nog minder bekend. Hoe zit het met de berichtgeving in eigen land?

Significant verschil

Al bijna zeventig jaar lang nemen onze militairen deel aan NAVO-missies. Al sinds het Nederlands Detachement Verenigde Naties Korea in de jaren vijftig hebben de media een belangrijk aandeel in de verslaggeving. Als we kijken naar twee recente missies, valt juist aan die verslaglegging iets op. Ons land nam van 2002 tot 2014 deel aan de ISAF missie in Afghanistan; met een omvang van tussen de vijftienhonderd en tweeduizend militairen. Vanaf het begin van de missie in 2002 tot nu, werd er meer dan drieduizend keer over de missie bericht door de Nederlandse media. Wanneer dezelfde zoekcriteria worden toegepast op de Mali-missie wordt duidelijk dat er sinds het begin van de missie in 2014 nog geen vijfhonderd keer over bericht is.

De International Security Assistance Force (ISAF) waar Nederland deel vanuit maakte in Afghanistan, beslaat een periode van twaalf jaar. Onze bijdrage aan MINUSMA is nu drie jaar aan de gang. Dit is natuurlijk van invloed op de hoeveelheid media-aandacht voor beide missies. ISAF duurde vier keer langer dan MINUSMA tot nu toe. Het is dus logisch dat er meer berichten zijn te vinden over de Afghanistan-missie. Als de hoeveelheid berichten over de Mali-missie met vier vermenigvuldigd worden, komt het totaal uit op minder dan tweeduizend berichten. Dit is nog steeds opvallend lager dan de drieduizendplus berichten over Afghanistan. Daarnaast is het onwaarschijnlijk dat de hoeveelheid berichten over Mali constant blijft gedurende het verstrijken van de jaren. Simpelweg met vier vermenigvuldigen zorgt dus waarschijnlijk voor een hogere hoeveelheid berichten dan het daadwerkelijke aantal.

Belangrijke bijdrage

Nog een belangrijk gegeven is de omvang van beide Nederlandse deelnamen. De totale omvang van de bijdrage aan ISAF lag in 2007 op vijftienhonderd á tweeduizend militairen. De deelname aan MINUSMA bestond uit ongeveer vierhonderdvijftig militairen. Gedurende 2017 gaat het aantal afnemen tot ongeveer driehonderd. Een kleinere hoeveelheid militairen betekent echter niet automatisch dat de Nederlandse bijdrage zelf ook kleiner is. Zo leverde Nederland langeafstandverkenners; die belast zijn met het verzamelen van inlichtingen. Deze verkenners zijn de ogen en oren van de Mali-missie. Onder andere op basis van hun informatie plannen 23 verschillende landen hun operaties; gezamenlijk onder de VN-vlag. Dit belang komt niet naar voren in de berichtgeving. Ook de Nederlandse luchtsteun werd door secretaris-generaal Ban Ki-Moon van de Verenigde Naties ‘’essentieel’’ genoemd. Omdat hij onze bijdrage zo belangrijk vindt, lobbyde hij persoonlijk in Den Haag voor verlenging van de missie.

Om te zeggen dat het belang van de Nederlandse bijdrage aan de Mali-missie verwaarloosbaar is ten opzichte van die aan Afghanistan, is dus te kort door de bocht. Toch blijft de media-aandacht overduidelijk achter. Wat betreft de journalistieke selectiecriteria liggen beide missies dicht bij elkaar. Conflict, afstand, belang en actualiteit; beide missies voldoen aan de eisen. In een poging om de oorzaak te achterhalen waarom de media zich zo afzijdig houden, moet toch gekeken worden naar dát ene wezenlijke verschil: omvang. Het lijkt er sterk op dat enkel de hoeveelheid uitgezonden militairen de bepalende factor is geweest voor de hoeveelheid media-aandacht. Gezien het internationaal erkende belang van de Nederlandse bijdrage aan de missie en de politieke reuring, is het de vraag of dit terecht is. Persoonlijke en redactionele afwegingen zijn vooraf gegaan aan de keuze om wel of niet over de Mali-missie te berichten. Het is opvallend dat de keuze is geweest om er in het algemeen níet over te berichten. Een geval van media hypevorming, maar dan tegenovergesteld; the elephant in the room.