Op veel plekken in de wereld is het helemaal niet vanzelfsprekend dat je als journalist normaal en veilig je werk kunt doen. Alleen al in Mexico kwamen er deze maand drie journalisten om het leven. Een vierde ligt momenteel in kritieke toestand in het ziekenhuis, nadat hij voor zijn huis werd beschoten. Volgens De Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) zijn er in de afgelopen tien jaar 827 journalisten tijdens hun werk gedood. Eén van de journalisten die tijdens zijn werk om het leven kwam, is RTL-cameraman Stan Storimans.

Het is al zeker acht jaar geleden, maar bij RTL wordt er nog altijd aan Stan gedacht. Zijn dood had een grote impact, maar had het ook gevolgen? Zijn de veiligheidscriteria om journalisten naar oorlogsgebied te sturen sinds toen aangescherpt?

“Nee, de veiligheidscriteria zijn niet aangescherpt. We zijn altijd terughoudend met het sturen van mensen naar conflictgebieden. Dat was ook zo met Stan Storimans en Jeroen Akkermans”, zegt Pieter Klein, adjunct-hoofdredacteur van RTL Nieuws. Bij RTL hebben ze de afspraak dat ze de frontlinie niet opzoeken. Ze willen juist de gevolgen van de oorlog of het conflict laten zien, zoals een ziekenhuis dat getroffen is door een bombardement. “Stan en Jeroen dachten dan ook dat het veilig was in Gori, maar dat was niet zo. 12 augustus 2008 werd een zwarte dag.”

Over alles was nagedacht

Klein zegt dat ze bij RTL daarna wel alle procedures zijn langs gelopen, maar die waren allemaal in orde. Dat is sindsdien meerdere keren gedaan. “Ik denk dat we toen over alles voldoende hebben nagedacht, maar zo’n noodlot kun je bijna niet verzinnen.” Journalisten en cameramensen van RTL gaan nooit zomaar ergens naartoe, er zijn voorwaarden en vaak moeten ze eerst trainingen volgen. “Maar, we zijn op dit vlak wel professioneler geworden. En voorzichtiger, met name wanneer we naar Syrië gaan.”

Wanneer er geen goede inschatting of analyse van de veiligheidssituatie gemaakt kan worden, besluiten ze bij RTL om niet naar het betreffende gebied te gaan. Een voorbeeld van zo’n gebied is Libië. “Het heeft te maken met of je wel of geen risico’s wil nemen en wij zijn van terughoudende hand. Grote organisaties zoals CNN vliegen een heel team in, maar dat kunnen wij ons niet veroorloven”, zegt Klein.

Ook bij de NOS vinden ze Libië op het moment te gevaarlijk, vertelt veiligheids- en buitenlandcoördinator Peter ter Velde: “Je maakt continu afwegingen of het te risicovol is en of we die risico’s kunnen nemen. In Libië is het bijvoorbeeld een grote chaos. Je hebt er fronten die continu veranderen, drie regeringen, IS, rebellengroeperingen die aan het vechten zijn. Naar zo’n chaos wil je iemand niet toesturen, zelfs niet met goede voorbereiding.” In 2008 was Ter Velde zelf ook verslaggever in met name oorlogsgebieden. “De reis van Stan en Jeroen is de enige reis die ik ooit geweigerd heb, omdat ik het te gevaarlijk vond”, zegt hij. Ook bij hen heeft niet zo zeer de dood van Stan invloed gehad op het veiligheidsbeleid, “Hoe erg zijn dood ook was.”

Onverantwoord risico

Het veiligheidsbeleid van de NOS verandert met de tijd. “De omstandigheden zijn nu heel anders dan tien jaar geleden”, zegt Ter Velde, “Een aanpassing van het beleid was toen niet nodig, want dat stond gewoon en het hield in dat we geen onverantwoorde risico’s nemen. Ik vond het daar zelf wel een onverantwoord risico en dus heb ik het niet gedaan. Geen verhaal is je leven waard.” Bij de NOS is een conflictgebied te gevaarlijk wanneer het risico te groot is en ze inschatten dat iemand kan omkomen, ontvoerd worden of gewond raken.

Naast zijn werk bij de NOS geeft Ter Velde sinds 2011 ook twee keer per jaar de cursus ‘Verslaggeving in conflictgebieden’ “Tijdens een bijeenkomst over oorlogsverslaggeving in Nederland zei ik dat het eigenlijk heel erg was dat er in Nederland geen trainingen waren voor journalisten die naar oorlogsgebieden gingen. Die avond was er ook een secretaris van de NVJ aanwezig en die heeft me toen naderhand gevraagd of we eens konden praten over het opzetten van zo’n training. Zo is dat toen begonnen”, zegt Ter Velde. De drie dagen durende training wordt gegeven in samenwerking met Defensie.

Tijdens de training leren journalisten onder andere hoe ze om moeten gaan met een gijzelingssituatie. Volgens Ter Velde is het in elk geval geen goed idee om je te verzetten of te ontsnappen. “Het gaat uiteindelijk om overleven. Het is dan ook heel gevaarlijk om een poging te doen tot ontsnappen. Bij een ontvoering wordt je over het algemeen naar het gebied van de ontvoerder gebracht. Je zit dus eigenlijk in de achtertuin van de gijzelnemer en je bent in een gebied dat je niet kent. Ontsnappen heeft in bijna alle gevallen geen zin.” Wat je wel moet doen tijdens een gijzeling is voedsel aannemen, maar ook oefeningen doen: “Je moet proberen lichamelijk en geestelijk in conditie te blijven. Maar je moet ook weten wat de risico’s zijn. Seksueel misbruik komt bijvoorbeeld veel voor. Op al dat soort dingen word je bij de training voorbereid.”

Niet veel veranderd

Voor Akkermans, de journalist met wie Storimans samen in Gori was, is er ook niet veel veranderd. “Ik ga niet anders naar een oorlogsgebied dan toen naar Gori. Het is zeer lastig om regels op te stellen voor oorlogsgebieden: het ene conflict is het andere niet. Hoe voorzichtig je moet zijn, hangt van de locatie, tijdstip en mensen die je ontmoet af. Ervaring komt van pas, maar garanties zijn er nooit.” Akkermans vertelt dat aan het front van Oekraïne, (Amerikaanse) journalisten op het hoogtepunt van het conflict soms bodyguards bij zich hadden. “Het is opvallend dat er bij risico’s in het journalistenvak altijd alleen aan oorlogsverslaggeving wordt gedacht. Ik kan je vertellen dat er ook risico’s verbonden zijn aan een rit over een Poolse driebaansweg of een verslag in een illegale kolenmijn in Roemenië.”

Uiteindelijk heeft de dood van Stan Storimans dus geen invloed gehad op het veiligheidsbeleid. “Ik spreek Jeroen heel vaak en we praten er veel over”, zegt Klein, “We kunnen alleen niet al onze keuzes laten bepalen door wat er toen is gebeurd. Maar we denken aan hem en aan wat er toen gebeurd is, iedereen hier draagt een litteken mee.”

Image Credits: Wikimedia Commons.