N&A Uncategorized

‘Factcheckhype overschaduwt het journalistieke belang’

Mar 19, 2017 Lisa van Gerven

Het publiceren van feitelijke juistheden is een kenmerk van goede journalistiek en daar is factchecking een belangrijk onderdeel van. “Het is je streven als journalist om je publiek correct te informeren”, vertelt Dolf Rogmans, hoofdredacteur van Villamedia. Maar factchecking begint langzaamaan een hype te worden, want in de media worden daar nu veel berichten aan toegewijd. Hierop ontstaat nu kritiek. 

Factchecken is volgens Dolf Rogmans zeer belangrijk voor de journalistiek. Dolf weet dit uit eigen ervaring, want bij Villamedia schrijven ze over journalisten en die zijn extra kritisch als het gaat om feiten. “Je publiek mag geen onjuiste informatie voorgeschoteld krijgen, want dan verliest de journalistiek haar betrouwbaarheid.” Dus als het aan Dolf ligt, kan er nooit genoeg gefactcheckt worden.

Het ontstaan van de factcheckhype
Tegenwoordig is factchecking een hype geworden in de media en wordt er veel aandacht aan besteed door de journalistiek, maar factchecking wordt al langer in de media genoemd. “Het is begonnen met het checken van verkiezingsnieuws. In interviews werden door politici verschillende beweringen gedaan, waardoor er bij de journalisten vraagtekens ontstonden”, legt Dolf uit. “Toen zijn enkele dagbladen begonnen met rubrieken waarin gefactcheckt werd.” Maar Dolf vindt dat er een kanttekening aan het factchecken van nu zit: “Langzaamaan begint de vorm van factchecken interessanter te worden dan het journalistieke belang dat erachter zit.”

Kritiek
Sietske Bergsma, columniste bij ThePostOnline, schreef een kritisch stuk over factchecking en legt uit waarom ze er geen fan van is. “Allereerst wil ik zeggen dat ik niet tegen het controleren van feiten ben, maar ik vind wel dat er naar de laag onder factchecken gekeken moet worden. Daaraan zie je dat berichten veel te veel in de overtuiging van het eigen medium worden geschreven; onder het mom van factchecken wordt de visie van een medium versterkt. Factchecken is een ideologische correctie geworden, alleen worden er nu bij factchecken andere aanvliegroutes gebruikt.” Een voorbeeld dat Sietske aanhaalt, is dat media van de tien bronnen die er zijn over een onderwerp, er maar twee benaderen. “Hiermee kunnen ze hun eigen mening inkleuren. Als je echt goed zou factchecken, dan moet je alle tien de bronnen benaderen.”

Volgens Sietske zie je in deze tijd dat de feiten minder belangrijk zijn en het meer draait om de sfeer en de ‘feel good’ factor in de berichten. “Daarom is het checken van enkel feiten niet voldoende.” Dolf haakt hierop in: “Ook de intonatie en de bedoelingen achter een bewering moeten worden gecheckt. Als journalist moet je je afvragen: waarom wil deze persoon deze feiten en beweringen in het nieuws hebben?”

Doorslaan
Zowel Dolf als Sietske zijn van mening dat het factchecken doorslaat. “De media is elkaar aan het factchecken en dat is onzinnig. De berichten zijn al door het publiek gelezen en worden op deze manier opnieuw aan het publiek voorgeschoteld, maar dan onder het mom dat ze nu wel gefactcheckt zijn”, zegt Sietske, die al die factcheck rubriekjes in de kranten hierdoor mosterd na de maaltijd vindt. Dolf: “Als er te veel gefactcheckt wordt, haakt het publiek af.”

Oplossing
Beiden vinden dat er gefactcheckt moet blijven worden omdat het een belangrijk punt in de journalistiek is. Alleen zien ze liever goed onderbouwde stukken die helemaal kloppen voordat ze gepubliceerd worden. “Dat kan bereikt worden door meer interne hoor en wederhoor toe te passen en als de journalisten zich meer richten op de journalistieke ethiek in de berichten”, verklaren Dolf en Sietske.