In 2016 keken we gemiddeld minder televisie dan in 2015. Maar wat zeggen die kijkcijfers nu precies? Wat wordt er gemeten en hoe? En moeten we ons niet meer bezig houden met online kijkcijfers dan met kijkcijfers van de traditionele televisie?

Dat we steeds meer videocontent online bekijken, staat als een paal boven water. Evenals het feit dat we ieder jaar minder ‘traditionele’ televisie gaan kijken. Uit het ‘Jaarrapport TV 2016’ van Stichting Kijkonderzoek (SKO) blijkt dat Nederlanders in 2016 gemiddeld 3 uur en 3 minuten per dag televisie keken. Dat is 7 minuten minder dan in 2015.

“De daling in de kijktijd wordt enerzijds veroorzaakt door een toename in het bezit van apparaten buiten het televisiescherm, waarop online (televisie)content gekeken kan worden”, zegt Frans Kok, directeur ad interim bij SKO. Anderzijds komt het volgens hem doordat er meer wordt gekeken naar video-on-demanddiensten, op zowel het televisiescherm als de online apparaten. En dat zit niet in de gerapporteerde minuten. “Maar vergis je niet”, benadrukt Kok. “Er wordt nog altijd veel tijd besteed aan lineair tv-kijken.”

Televisie is nog steeds met afstand het grootste videoplatform

Toch viel het SKO de afgelopen jaren op dat we steeds vaker videocontent via internet bekijken. De stichting begon daarom in januari 2016 met het meten van het online kijkgedrag van NPO, RTL en SBS. Het eerste jaarrapport verscheen deze week. Volgens het rapport heeft 56,2% van de Nederlanders van 6 jaar en ouder één of meerdere televisieprogramma’s van NPO, RTL en/of SBS online bekeken. Toch overtreft het het lineaire tv-kijken niet. Kok: “Televisie is nog steeds met afstand het grootste videoplatform.”

Streamstarts
Het lijkt wel alsof we constant online televisiekijken, maar volgens Willem Mekking, onderzoeker van het kijk- en luistergedrag bij de NPO, valt het allemaal reuze mee met die aantallen. “Online partijen rapporteren aantallen ‘streamstarts’. Dat loopt vaak in de honderdduizenden. Dan denk je ‘o, dat is veel’, maar een gemiddeld tv-programma op NPO 1 haalt een miljoen kijkers.” Mekking begrijpt wel dat we denken dat iedereen constant online televisie kijkt, maar dat komt volgens hem vooral door wat we zien in het straatbeeld of het openbaar vervoer: (met name) jonge mensen die voortdurend op hun telefoon kijken. “Maar ze zitten echt niet de godganse dag video te loeren.”

Ze zitten echt niet de godganse dag video te loeren.

Ook Mekking benadrukt dat er nog veel televisie gekeken wordt en vergelijkt de dalende kijkcijfers met de teruglopende vleesconsumptie. “Als je alle dieren die we jaarlijks opeten op een stapel zou leggen, is het nog steeds ontzettend veel.” En zo werkt het volgens hem ook met televisiekijken. “Er wordt echt, vergeleken met al die andere schermpjes die er de afgelopen 10-15 jaar bij zijn gekomen, nog ontzettend veel televisie gekeken.” Bovendien, zegt Mekking, als er in een huishouden een televisietoestel is, dan kijken ze liever naar een video op een televisietoestel dan op hun telefoon of ander apparaat.

Blijven meten
Volgens zowel Mekking als Kok is het relevant om de traditionele kijkcijfers te blijven meten. Mekking: “Absoluut, meer dan 90 procent van de Nederlandse samenleving kijkt nog wekelijks naar de televisie. Het is volgens mij nog één van de belangrijkste vrijetijdsactiviteiten.” Maar ook online kijkcijfers zijn belangrijk, aldus Kok. “Onze missie is om alle video te meten, zowel op het tv-toestel bekeken als online op alle denkbare toestellen”, zegt hij. “De grote uitdaging is om te weten wie wat kijkt over alle platformen heen. De toekomst zit dus vooral in het samenbrengen van alle databronnen die we kunnen gebruiken.”

Image credits: https://pixabay.com/p-280201/?no_redirect