N&A Tech & Innovatie

Er zijn dus nog écht mensen die tv kijken, maar wel minder

Jan 27, 2017 Aaron Schafrat

“Nee, ik kan dan niet. Ik moet de De Slimste Mens zien om half 9.” Je hoort het echt nog. Mensen die dit soort zinnen serieus  gebruiken. Vorig jaar nog zelfs, deed onze enige echte (inmiddels ex) minister van Veiligheid en Justitie het.

Tim Hofman sprak de Tweede Kamer toe over drugs. Hij vroeg aan Van der Steur of hij ooit Spuiten en Slikken had gezien. “Nee, als dat wordt uitgezonden ben ik aan het werk”, klonk het. Waarschijnlijk iets met bonnetjes. Ard legde daar niet alleen pijnlijk zijn eigen , achterhaalde kaarten op tafel, maar maakte het hele babyboomprobleem duidelijk: ze kijken nog televisie, en ze blijven ervoor thuis ook. Jongeren daarentegen kijken nauwelijks nog televisie. Opa’s en oma’s die dat aan hun  kleinkinderen vragen, krijgen als repliek: “Doe normaal oma, ik heb Netflix.”

We streamen, downloaden of uitzending-gemisten het wel. Laten we eens even naar de cijfers kijken. Nee, niet weggaan. Dit zijn interessante cijfers, echt waar.

We kijken minder lineair
We pakken de jaarrapporten van Stichting KijkOnderzoek (de mensen die de kijkcijfers bijhouden) erbij. Daarin kun je precies lezen hoeveel tv er gekeken wordt. Uit de rapporten blijkt dat de kijkcijferdichtheid (SKO-vakterm voor het totaal aan kijkcijfers) daalt sinds 2015. Streaming lijkt nu dus écht terrein te winnen. De Nederlander keek in 2015 gemiddeld 190 minuten per dag televisie (3 uur en 10 minuten). Dit is 4,8 procent lager dan in 2014, toen de kijktijd een recordhoogte haalde”, schreef de SKO namelijk in het jaarrapport van 2015. In 2016 daalde dat cijfer nog eens met 3,7 procent.

Meer schermen
De cijfers van Stichting Kijkonderzoek zijn duidelijk: we zitten steeds minder lang voor de beeldbuis. Bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) merken ze vooral een forse daling in de leeftijdsgroep 13-34. Die daling werd drie jaar geleden ingezet, legt kijkcijferexpert Mezen Dannawi van de NPO uit. Hij houdt de cijfers van lineair tv-kijken en de toekomst van het medialandschap nauwlettend in de gaten. “De daling in het lineaire tv-kijken heeft te maken met het feit dat tegenwoordig iedereen rondloopt met een smartphone of tablet. Vroeger moest je thuis zijn om tv te kijken, nu heb je overal in huis en zelfs daarbuiten een scherm bij de hand.”

Een duidelijke verschuiving van de oude beeldbuis naar het internet dus. Bij de NPO zagen ze een jaar of tien geleden al dat internet best wel eens wat zou kunnen worden (ja, klopte wel op zich), en dus werd Uitzending Gemist gelanceerd. Toen een revolutionair platform waar uitzendingen vaak al na een paar uur konden worden teruggekeken. In 2013 werd Uitzending Gemist getransformeerd naar www.npo.nl en werd het mogelijk om online naar de NPO-zenders te kijken.

Eigen profiel
Veel meer is er in al die jaren niet veranderd, maar intussen zijn die twee andere bekende streamingdiensten, Netflix en YouTube, uitgegroeid tot platforms die zich aanpassen aan de voorkeuren van de gebruiker. www.npo.nl gaat dat ook doen, zegt Dannawi: “Je moet nu zoeken wat je zelf leuk vindt, maar het moet een startpunt worden waar we de kijker persoonlijk bedienen. Als je inlogt op jouw profiel, krijg je persoonlijke kijktips.”

Maar die functies heeft YouTube dus ook al. Waarom maakt de NPO daar geen gebruik van? “Onze programma’s worden betaald met belastinggeld, dus mag de consument verwachten dat ze op ons eigen platform worden geplaatst. Als we alles via YouTube zouden plaatsen, hebben we bijvoorbeeld de privacy niet zelf in de hand”, legt Dannawi uit.

Drie miljoen bezoekers
Dat wil niet zeggen dat de NPO doet alsof YouTube niet bestaat: #BOOS van Tim Hofman scoort de pannen van het dak en ook jeugdseries als Brugklas en Spangaz trekken hordes kijkers. Vooral jongeren. “Je moet elke doelgroep op een eigen manier benaderen. Jongeren zijn veel actief op YouTube, dus is het logisch dat we dat platform gebruiken om die doelgroep te bereiken. Wat oudere kijkers zijn gewend om uitzending gemist te gebruiken.”

Radicale wijzigingen in het online aanbod van de NPO zijn voorlopig niet te verwachten. “We trekken maandelijks drie miljoen bezoekers op www.npo.nl”, vertelt Dannawi. “Het is belangrijk dat het in een publieke context wordt aangeboden, maar intussen blijven we nadenken over de beste manier om de kijker te bereiken.”

Omdat wij van de Mediaredactie ook graag een podium aan ‘de burger’ bieden, trokken wij met camera en microfoon de straat op om de mensen te vragen of zij eigenlijk nog wel naar die ‘goeie ouwe tv’ kijken. De resultaten liegen er niet om.