N&A Uncategorized

‘‘Het is misschien een beetje jammer dat wij zoveel typetjes hebben gedaan’’

Jan 26, 2017 Jules Raijer

Samen met kompaan Wim de Bie voorzag Kees van Kooten het Nederlandse publiek ruim dertig jaar van diverse satirische programma’s. Koot en Bie zijn gezamenlijk al bijna twintig jaar niet meer actief, maar inmiddels kennen we tal van andere satirici. Van Kooten vertelt hoe de hedendaagse satire zich verhoudt tegenover die van vroeger en reageert op actuele zaken uit de wereld van de satire.

‘Satire bedrijven is een poging wagen om iets, wat naar jouw eigenwijze mening niet in orde is, zó vertekend weer te geven in een scene of in een tekst, dat als de mensen de volgende dag worden geconfronteerd met het origineel, zij dit origineel niet meer serieus nemen’’, klinkt het uit de mond van Kees van Kooten, die antwoord geeft op de vraag wat satire nou eigenlijk precies is. Een hele mond vol.

Het begin in de jaren 70 en 80

Het duo Van Kooten en De Bie deed vanaf 1974 onder de naam ‘Simplisties Verbond’ allerhande typetjes, allemaal zelf verzonnen. ‘’Die typetjes moest je allemaal in maximaal vijf woorden kunnen omschrijven. Vandaar ook de naam Simplisties Verbond, het zat ‘m in dat simplisme’’, vertelt van Kooten.

Sinds 1988 verzorgde het duo wekelijks een satirisch actualiteitenprogramma. In ‘Keek op de Week’ koppelde het tweetal de eerder bedachte typetjes aan de actualiteit. Koot en Bie namen ook als zichzelf deel aan het programma door vanachter een tafel, kijkend naar een sketch (die zo opgenomen was dat het leek alsof er een live-gesprek plaatsvond)  in discussie gingen. Een ware revolutie op het gebied van zowel satire, als televisie.

Inmiddels is het duo al bijna twintig jaar van de buis. Van Kooten geeft toe ‘het lekker bezig zijn’ af en toe wel te missen.  ‘‘Soms loop ik over straat en denk ik: daar zit een typetje in, een Vieze Man of een van der Laakje bijvoorbeeld. Dan bel ik Wim even en dan babbelen we er even over. Satire is een heerlijk onderwerp, het houdt de geest lenig en spoort aan tot nadenken. Vaak komen er over de telefoon ook weer teksten en typetjes aan bod. Zo’n gesprek eindigt dan meestal met een lach, maar meer dan een lach zit er echt niet meer in’’, grinnikt van Kooten, die een terugkeer op de televisie daarmee nog maar eens uitsluit.

LuckyTV

De Nederlandse satire die heden ten dage op tv  is, is in veel opzichten anders dan de satire die Koot en Bie bedreven. Denk aan Koefnoen, Zondag Met Lubach en LuckyTV. Om laatstgenoemde kan van Kooten het hardst lachen. Hij spreekt lovend over mede-Hagenaar Sander van de Pavert.
‘‘Wat hij met LuckyTV doet is briljant. Als je Kees van der Staaij ‘kutje’ kunt laten zeggen, met dat Haagse accent van ‘m. Dat is fantastisch. Daar zouden Wim en ik niet meer aan beginnen, daar hadden we niet eens tegenop gekund.’’
Cultuur en creativiteit

Van Kooten vertelt over zijn middelbare schooltijd op het Dalton Lyceum in Den Haag, waar hij zijn compagnon Wim de Bie leerde kennen. ‘‘Wim en ik zijn een heel grote dank verschuldigd aan onze middelbare school. We kregen volgens het daltonsysteem onderwijs                                                                                                              en hadden op jonge leeftijd dus al veel creatieve vrijheid. Eens per kwartaal voerden we een cabaretvoorstelling op, bijvoorbeeld met een kerst- of paasviering. Dat was de totale vrijheid.’’

Van Kooten hecht veel waarde aan creatieve en culturele vakken op middelbare scholen. Hij noemt het buitengewoon jammer dat de gemiddelde middelbare school nauwelijks uren vrijmaakt voor bijvoorbeeld toneel- of muzieklessen.

‘‘Alleen cultuur kan ons redden, dat is een duidelijke zaak. Het gebruik van een iPhone en het maken van filmpjes valt tegenwoordig ook onder cultuur. Het is creativiteit, die is er eigenlijk meer dan ooit. Neem nou een groepje meiden uit groep zeven die een hiphopgroep nadoen met precies de goeie bewegingen, dat is ongelooflijk.’’

Trump

Van Kooten is nog altijd veel bezig met het vak. Af en toe begint er zoals gezegd weer een ideetje op te borrelen voor een sketch, wanneer de actualiteit daar om vraagt. Zo weet hij als geen ander hoe de democraten Donald Trump op de hak hadden kunnen nemen.

‘’Toen het constant ging over sexual harassments, hebben ze een kans gemist. Ze hadden een ‘lekkah wijf’- zoals ze dat in Den Haag zo mooi kunnen uitspreken- moeten nemen, dat gezegd had: ik heb het inderdaad met Trump gedaan. Zó’n kleintje, had-ie’’, zegt van Kooten overdreven, terwijl hij de grootte uitbeeld met zijn vingers. ‘‘Ja, stijf!’’


Van Kooten is ervan overtuigd dat het zou aanslaan. ‘‘Hij was daar in elk geval op ingegaan. Hij had of z’n lul moeten laten zien, of moeten zeggen dat ze liegt. Dat was het geweest, dat was het écht geweest. Onbegrijpelijk dat die keurige democraten daar niets mee hebben gedaan.’’

Gesteldheid van de satire

Ondanks het gegeven voorbeeld over Trump, stelt van Kooten dat het steeds lastiger wordt om de werkelijkheid te persifleren.

‘‘De werkelijkheid is de satire aan het inhalen. Er zijn onderwerpen waar geen satire over te maken is, omdat ze al zo doorgetrokken zijn. Neem nou een extreem politiek standpunt. Als je daar een grap over maakt die je op een geloofwaardige manier doortrekt zodat het nog extremer wordt, krijg je mensen die het serieus nemen en de grap niet inzien. Met die mensen wil je toch niks te maken hebben?’’

Meegaan met de tijd

Sketches van het  duo duurden vaak langer dan vijf, of zelfs tien minuten. Van Kooten beaamt het als ik stel dat dat anno 2017 vrij lang is, omdat mensen met één klik naar een volgend filmpje gaan als het te langdradig is. ‘‘Het moet sneller, die scenes waren in deze tijd korter geweest. Je moet je aanpassen aan de tijd.’’

Ook de sketch ‘Geilneef’, waarin Van Kooten in een gele Fiat rondrijdt en iedere mooi uitziende, smakelijke  jongedame begluurt en achtervolgt, zou in de oude vorm niet meer kunnen. ‘‘Dat heen en weer rijden over die trambaan met die kleine Fiat, nee dat zou nu niet meer kunnen. Voorbijgangers speelden vroeger ook gewoon mee. Als ik aan een passant vroeg of hij of zij even op camera wilde zeggen dat de slavinken weer duurder waren geworden, dat deed die persoon dat’’, beschrijft van Kooten, die verder fantaseert. ‘‘Als we nu iets zouden maken dat over twintig jaar nog steeds actueel moet zijn, zou dat bijvoorbeeld over de elektrische auto kunnen gaan. Misschien zou Cor van der Laak zich wel elektrisch gaan scheren in de paal voor een elektrische auto of zo. Het is een kwestie van doordenken en opschrijven.’’

Voldaan

Koot en Bie hadden aan het eind van hun carrière –in maart 1998- het gevoel dat ze eigenlijk alle Nederlanders wel hadden gehad.

‘‘Het is misschien een beetje jammer dat wij zoveel typetjes hebben gedaan, die eigenlijk tezamen een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking vormen. Het is moeilijk om weer een eigenwijze burgerman neer te zetten als je bijvoorbeeld Cor van der Laak voor ogen hebt. Dat was een man die al zó veel behandeld heeft, dat maakt het lastig. We hebben een poppenkast mogen maken al die jaren”, besluit een zichtbaar trotse van Kooten.