Tech & Innovatie Uncategorized

Journalistiek en virtual reality: vrienden of vijanden?

Jan 23, 2017 Manon Snoeren

EEN INTERVIEW MET MILAN COLLIN

Milan Collin is documentairemaker, animatiemaker en eigenaar van het Amsterdamse virtual reality bedrijf VR-explorers. Hij is een echte dromer en produceert positieve verhalen waar hij zelf de waarde van in ziet. Binnen zijn vak is Collin altijd op zoek naar het confronterende, vernieuwende en avontuurlijke. De mogelijke gevolgen daarvan neemt hij voor lief. Zijn boodschap aan journalisten? “Durf, speel en ontdek.” Want volgens hem gebeurt dat nog veel te weinig. Tijd om verhaal te halen dus. Een conversatie tussen de traditionele journalist en de moderne VR-explorer.

Jij vindt dat wij journalisten meer moeten spelen. Waarom? Wat doen we fout?

“Ik denk dat ‘de mens’ in het algemeen heeft afgeleerd om te doen waar ze echt plezier in heeft. We zitten heel erg in die focus waarin we denken dat de maatschappij van ons verwacht dat we onze uren maken en daardoor brood op de plank hebben. Maar dat is toch niet de essentie van je leven? Ik vind het heel raar dat mensen zo kunnen leven en denken. Personen die ik daar over spreek zijn het wel met me eens, maar zij vallen dan terug in het excuus van: tja, we moeten wel… Dan denk ik: als je dat moet dan moet je dat vooral doen. Het is niet mijn cup of tea. Ik denk dat je leeft om te leven. Je leeft om er zo veel mogelijk uit te halen.”

Een van je werken waar je hart en ziel in hebt gestoken is Climb Mount Everest in VR. Een productie waarin je de reis van een echtpaar in beeld brengt dat de Mount Everest beklimt. Je hebt het vooral gemaakt omdat je het graag wilde. Eigenlijk zonder te kijken naar de consequenties. Je hebt mooie gedachtes, maar eigenlijk ook wel gevaarlijke gedachtes lijkt me?

“Ik denk altijd wel na over consequenties, maar ik leef met consequenties. Jij ook. Ik ben bereid om binnen mijn kennis die consequenties te nemen. Je speelveld verbreed je, naarmate je meer ervaring krijgt.”

Met de Mount Everest productie ben je in april vorig jaar begonnen. Je hebt het gefilmd, het verhaal is er, maar je hebt ook een schuld opgebouwd. Heb je ondertussen een platform gevonden waaraan je de productie kunt verkopen?

“Nee.” Nog niet? “Nee.” Maar wat vind jij daar dan van? Ben je niet bang? “Nee, helemaal niet. Het is juist een uitdaging om een koper te vinden. We zijn natuurlijk wel op heel veel fronten bezig om het verkocht te krijgen.”

Dan zeg ik nu dus als journalist: dat spelen is leuk, maar uiteindelijk zit ik dan wel met een onverkochte productie en een schuld. Op die manier kan ik niet meer doen wat ik leuk vind ómdat ik juist zoveel schuld heb.

“Dat is een heel gangbare gedachte. Waarom zou ik dat niet hebben? Door de jaren dat ik dit doe, heb ik geleerd dat het altijd goed komt. Of niet. Dat is niet meer dan dat.”

Leg eens uit? “Misschien kan ik het vergelijken met een voetbalspeler. Hoeveel voetballertjes beginnen met de droom om een goede speler te worden? Hoeveel denk je dat er uiteindelijk over blijven? De rest moet wel dezelfde opofferingen doen om er te komen. Journalisten gaan er te snel aan voorbij wat de mogelijkheden zouden zijn als ze gewoon met plezier hun ding doen. Je moet keuzes durven maken en je talenten aanspreken. Je wil je leven niet leven om gemiddeld mee te kabbelen, toch?”

Er zitten veel ‘maar-en’ aan voor een doorsnee journalist om met VR te beginnen: daar is geen tijd voor, het lukt niet, voor VR is meer mankracht nodig, de apparatuur is duur, levert het uiteindelijk wel iets op? En ga zo maar door…

“Ik denk dat de eerste vraag moet zijn: waarom ga je het gebruiken? Als je er brood mee wil verdienen dan moet je goed kijken naar waar je doelgroep zit. Als je het doet voor je plezier, ben je niet bezig met geld. Je moet de stap durven maken, leren en ontdekken. Dat is belangrijk in het leerproces. Ik vind het leuk om te doen wat ik doe. Dan ben ik niet met uren bezig. Als ik niet zakelijk bezig ben met klussen, ben ik aan het lezen en gesprekken aan het voeren over VR. Dat zorgt voor mijn persoonlijke groei. Ik denk dat het voor journalisten niet per se de angst is voor iets nieuws maar dat de gedachte: ik heb het altijd zo gedaan en zo werkt het voor mij, een grote rol speelt. Je moet open staan voor verandering en ten alle tijden nieuwsgierig zijn. Richt je leven zo in dat je de ruimte krijgt om te doen wat je wil doen. Je stapt snel in een diepe val die met de financiële maatschappij te maken heeft.”

VR lijkt me niet voor ieder medium en iedere doelgroep weggelegd. Video’s, audio en teksten zijn voor iedereen toegankelijk en begrijpelijk.

“Die dingen zijn ook niet voor iedereen geschikt. Iemand boven de 70 jaar zit niet per se op video te wachten.’ Video is wel makkelijker en bijna iedereen heeft een tv. “Ja, maar tv verdwijnt. Alles om ons heen wordt smart-tv en dat is voor dingen als Facebook en YouTube. Je wil geen smart-tv hebben om naar de publieke omroep te kijken. Jonge mensen zijn klaar met het nette, journalistieke gedrag dat er altijd was. Het mag best confronterend zijn. Mensen mogen geprikkeld worden. Het gebruik van VR hangt natuurlijk wel van je verhaal af. Het zal niet bij alles toepasbaar zijn, maar ik zie het wel als een goede verandering.”

Gaat VR dan niet meer om de vorm in plaats van de inhoud?

“Bij de Climb Everest gaat het er meer om dat het verhaal op de VR-manier verteld kan worden. Het ding bij zo’n Everest-expeditie is dat de gefilmde mensen bezig zijn met de beklimming. Om daar een diepgaand verhaal uit te krijgen, terwijl ze aan het klimmen zijn, met een microfoon onder hun neus wordt heel lastig.

Milan Collin met VR-bril (Foto: Manon Snoeren)

Door VR wordt een verhaal ook vaak chronologisch, dus daarin wordt je wel beperkt in stijl omdat je dan niet met spanning kan werken. Dan wordt het dus wel de vorm boven de inhoud: je kunt er bij zijn met zo’n bril.”

Wat betekent het voor journalisten om concurrentie te krijgen uit onverwachte hoek: de VR?

“Je hebt in principe altijd concurrentie, vanuit iedere hoek. Ik vind het ontzettend gaaf omdat het laat zien waar je toe in staat bent. Concurrentie moet stimuleren. De gedachte dat je als journalist alleenrecht hebt, is niet meer. Zonder concurrentie heb je een soort monopolie dat saai wordt.”

Denk je dat VR en journalistiek los van elkaar komen te staan als journalisten te veel achter blijven?

“Dat vind ik moeilijk om te zeggen. Mijn onderbuikgevoel zegt dat de journalist, zoals we hem nu kennen, verdwijnt. Over twintig jaar heeft niemand meer behoefte aan de manier van nieuwsgeving van nu. Een journalist die niet meebeweegt, zal afvallen. Je bent dan niet meer relevant. Techniek haalt je in. Ik ben een voorstander van: kijk of iets functioneel is. Implementeer dat dan in je leven in plaats van dat je een tegenstander bent. Omarm het en zie de voordelen in plaats van de nadelen.”

Denken we te veel na over praktische zaken?

“Journalisten denken misschien inderdaad te veel na over praktische zaken, maar dat is ook terecht. Pen en papier is makkelijk. Het is een kwestie van leren schrijven en zorgen dat er inkt in je pen zit. Dat is technisch niet moeilijk, maar je moet wel weten wat je doet. De meeste journalisten hebben een goede opleiding gehad, hebben een goed stel hersens en kunnen makkelijk nieuwe dingen doen. Net als de camjo’er bijvoorbeeld. Journalisten kregen vanuit financieel oogpunt een camera mee. Ze moesten even iets bijleren, maar dat gaat uiteindelijk gewoon goed.”

Welke mogelijkheden zie jij voor de journalistiek? Wat brengt VR meer dan de vormen van journalistiek die we eerst hadden?

“Je kunt door VR 360-graden om je heen kijken. Bij VR kun je minder sturen dan bij normale video omdat je bij video uit kadert wat jij belangrijk vindt. Bij VR zie je wat er is. Maar ik denk dat het vanaf nu dieper moet gaan dan dat om een verschil te maken. Als je ook augmented reality in je producties gaat betrekken, kun je het hele verhaal groter maken. Je kunt meerdere lagen toevoegen aan een verhaal door bijvoorbeeld informatie te koppelen aan hoofdrolspelers. Je kunt via de bril door de ogen van iemand anders kijken. Dat lijkt me wel een grote toegevoegde waarde voor de toekomst. Bijvoorbeeld bij zo’n spektakel als de Amerikaanse verkiezingen: hoe voelt het om Trump te zijn? Dat lijkt me te gek. Je ziet hoe het is om voor een grote groep te staan: allerlei sjaaltjes en buttons met ‘Trump’. Ze juichen voor wat jij zegt. Dan voel je je ook tof. Het is goed om je in te kunnen leven. Als journalist kun je een verhaal baseren op research maar zoiets als augmented reality is toch veel dichterbij?”

 (Augmented reality is een vorm van virtual reality waarin de werkelijkheid als een basisomgeving wordt gebruikt om daar vervolgens virtuele aspecten aan toe te voegen. Met augmented reality kun je bijvoorbeeld een poppetje op een echte tafel voor je plaatsen.)

Was dit interview interessanter geweest in VR?

“Nee. Of wacht, ja én nee. Het zou bijdragen aan innovatie. Het is voor jou technisch interessant om het stapje te maken. Daarnaast denk ik dat je er een doelgroep mee kunt bereiken die geïnteresseerd is in VR. Jij zou dan eigenlijk een stap verder zijn dan de journalisten die niet die kant op gaan. Eigenlijk wel stom dat je dit interview nu niet in VR gedaan hebt, hé?”

Image Credits: Manon Snoeren.