Dat de problematiek rondom het opvangen van vluchtelingen vaak tot heftige discussies leidt, is geen nieuws meer. Met de actie #stopxenofoobtelegraaf  lijken nu ook journalistieke keuzes een discussiepunt te zijn geworden. Maar is De Telegraaf wel zo uniek in haar woordkeuze?

Deze kop in de zaterdageditie van De Telegraaf van 7 januari zorgde voor de nodige opschudding.

Asielzoekers uit o.a. Marokko en Algerije die in de gemeente Weert voor overlast zorgden werden als een plaag omschreven. En dat schoot bij veel mensen in het verkeerde keelgat. Arzu Aslan, vaak actief op Twitter als het om racisme en discriminatie gaat, begon op dit sociale medium met de hashtag #stopxenofoobtelegraaf waarin zij opriep tot een boycot van deze krant door adverteerders en abonnees. Haar boodschap werd vervolgens veelvuldig verspreid via sociale media.

Voorstanders

Er waren echter ook mensen die het opnamen voor De Telegraaf. Columniste Marianne Zwagerman noemde de boycot in het radioprogramma De Ochtend ‘misselijkmakend en gevaarlijk’ en ook cabaretière Claudia De Breij gaf in De Wereld Draait Door aan niet zoveel moeite te hebben met deze woordkeuze.

Andere media

Eén jaar geleden plaatste het NRC dit artikel online en in de krant:

Hierin worden vluchtelingen in een opsomming genoemd als plaag nummer één van Europa. Hoeveel klachten de auteurs van dit artikel kregen? Geen.

Volgens schrijver van het stuk Wilmer Heck is het vooral de strekking van het artikel die het verschil maakt. Hij noemt het dan ook ‘totale onzin’ om zijn stuk met dat van De Telegraaf te vergelijken. “Het woord ‘plaag’ is een woord dat vaak gebruikt wordt in de Nederlandse taal om een probleem aan te duiden. Ik verwijs naar problemen die de Europese Unie moet oplossen, De Telegraaf wijst naar een groep mensen. Dit onderscheid kunnen mensen duidelijk merken en daarom hebben wij geen enkel commentaar gehad.” Vindt Heck dat De Telegraaf deze kop niet had mogen publiceren? “Daar ga ik verder niet echt over maar ik vind het wel een behoorlijk groot verschil of je het woord plaag inzet om een probleem of een groep mensen te duiden.”

Nog meer plagen

Maar het is niet alleen het NRC dat vluchtelingen in één artikel noemt met het woord plaag. Op 27 juni 2015 verschijnt er in het Reformatorisch Dagblad een artikel met als kop ‘Vijf redenen om vluchtelingen niet toe te laten’. Het artikel zelf vervolgt: “Het lijkt wel een plaag. Wat moeten we er toch mee”. Twitter blijft stil.

Verontwaardiging

Hoe kan het dat adverteerders in De Telegraaf nu ineens benaderd worden door mensen die oproepen tot een boycot terwijl andere dagbladen er geen enkele klacht over ontvingen? En wellicht belangrijker nog: wat kan nu wel en wat kan niet en wat is de rol van de journalist hierin? Roxane van Iperen is jurist en publicist en schreef voor NRC een artikel waarin ze kritisch kijkt naar de Telegraafkop. Ze verwijt de krant onder andere ‘een gebrek aan historisch besef’ en vindt dat de redactie beter na moet denken over de lading van woorden en haar verantwoordelijkheid als massamedium. De ontstane discussie is volgens haar echter niet alleen de schuld van De Telegraaf. “NRC, Volkskrant en andere zogenaamde ‘kwaliteitskranten’ doen net zo goed mee aan het onjuist of geframed brengen van nieuws over migratie. Ik heb zelf weleens een artikel geschreven over het feit dat we moesten oppassen voor ‘frame’-woorden als vloedgolf in combinatie met migratie. Het NRC plaatste er vervolgens de kop boven: ‘Vloedgolf migranten rem je niet af met slechte opvang’. Zulke klassieke, ironische fouten maken álle media, niet alleen De Telegraaf.”

Volgens Van Iperen valt er daarom voor alle journalisten nog wat te leren. “Het gaat om meer dan alleen deze kwestie. Het gaat erom dat journalisten zich bewust worden van hun verantwoordelijkheden en hun vak serieus nemen in een tijd dat het vertrouwen in de pers extreem laag is.”