Internationaal

Oproep fotojournalisten: Maak camera’s met versleuteling

Dec 22, 2016 Nick Jansen

Meer dan 150 fotojournalisten en documentairemakers tekenden vorige week een open brief aan camerafabrikanten met de oproep om toestellen met versleuteling te ontwikkelen. Die zijn er nu niet, waardoor beeldmateriaal makkelijk kan worden bekeken als het in handen valt van autoriteiten.

“Daar heb je de hele tijd mee te maken. Vooral in conflictgebieden”, zegt Jan-Joseph Stok, freelancefotojournalist en bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten. Hij maakt foto’s over de hele wereld, voornamelijk waar conflicten leven. “Op reis word ik soms dertig keer gecontroleerd. Mensen weten natuurlijk dat je niet komt om vakantie te vieren.”

Inbeslagname

Controles van douane, politie of andere autoriteiten zijn een last voor fotojournalisten. “Af en toe willen ze dat je een foto verwijdert”, zegt Stok. Maar ook inbeslagname van beeldmateriaal komt vaak voor. In een artikel op de website van Freedom of the Press Foundation, die de brief publiceerde, zegt een organisatie die inbeslagnames registreert dat deze zo vaak voorkomen dat het niet bij te houden is.

Recent nog kreeg fotojournalist Ed Ou van Getty Images hiermee te maken. Op 1 oktober hielden douanes aan de Amerikaanse grens hem zes uur lang vast en namen zijn mobieltjes en andere verslaglegapparatuur in beslag, zo meldt The Washington Post in een artikel.

Dat douanes deze bevoegdheid hebben, noemen critici in het stuk ‘alarmerend’. Het houdt in dat de meest intieme foto’s en berichten van reizigers die de grens passeren in handen van de overheid kunnen komen. Voor journalisten is dit volgens de critici extra verontrustend, omdat zij mogelijk vertrouwelijke informatie op hun apparaten hebben. Dat geldt ook voor fotojournalisten.

Trucjes

Zij willen hun materiaal dan ook zo snel mogelijk beveiligen. Nu is het tijdsbestek tussen het moment dat ze een foto of shot maken en het moment dat ze deze naar beveiligde apparaten kunnen overzetten zorgwekkend groot, aldus de brief.

Volgens Stok zijn er trucjes om foto’s te beschermen: “Ik verwissel regelmatig mijn SD-kaart. Als ze daar om vragen, laat ik gewoon een andere zien. Maar net zoals op een luchthaven kan een controle ook als een verrassing komen. Je kunt dus niet altijd voorbereid zijn.”

Als beelden dan toch in verkeerde handen vallen, is het voordeel van een versleuteling dat niemand anders ze (direct) kan bekijken. “Dat geeft tijd om bijvoorbeeld een advocaat in te schakelen.”

Tien minuten

Niet alleen buiten Europa wordt fotojournalisten en documentairemakers weleens om hun beeldmateriaal gevraagd. “In Frankrijk zijn bijvoorbeeld veel demonstraties. Daar kunnen ME’ers foto’s ter plekke opvragen”, weet Stok als lid van het Franse fotoagentschap Hans Lucas. “Landen worden zich er steeds meer van bewust dat beelden tegenwoordig snel verspreiden. Als je het niet meteen aanpakt, is een foto binnen tien minuten de wereld rond.”

Fotomateriaal is dus ook in Europa niet altijd veilig als het enkel nog op camera staat. Toch zijn het vooral Amerikanen die de oproepbrief tekenden. “Dat is symbolisch, omdat juist Amerikaanse fotojournalisten zich vaak bedreigd voelen”, zegt Stok. Volgens hem zijn veel van hen bang dat ze hun werk niet meer kunnen doen nu Trump aan de macht komt.

De brief is verstuurd naar de bedrijven Canon, Nikon, Sony, Olympus en Fuji en moet hen bewust maken van de voordelen van ingebouwde versleuteling. Van de ruim 150 journalisten die de brief tekenden zijn vijftien Academy Awardwinnaars en -genomineerden, waaronder Laura Poitras (foto), Alex Gibney en Joshua Oppenheimer.