Boeken als ‘Dit kan niet waar zijn’ en ‘De oorlog heeft geen vrouwengezicht’ vliegen over de toonbank. Literaire non-fictie is helemaal hot. Maar hoe schrijf je zo’n boek?

Veel journalisten dromen van de dag dat ze hun eigen non-fictieboek in handen houden. Dat is niet vreemd want het genre viert hoogtij. Waar de verkoop van fictieboeken nog steeds langzaam daalt, neemt de verkoop van non-fictie juist toe. Dat blijkt uit de monitor van de Nederlandse Algemene Boekenmarkt. Om van deze stijging te profiteren kan je de onderstaande tips van schrijvers toepassen om een literaire non-fictie te schrijven.

non-fictie
Bron: Boekwerk Monitor via GFK

Tip 1: vind een onderwerp dat fascineert

Het schrijven van een boek kost heel veel voorbereiding, aandacht en dus tijd. Je moet een onderwerp onderzoeken, personen interviewen, verbanden zoeken en al je informatie duiden. Je maakt het dan makkelijker voor jezelf door een onderwerp te kiezen waardoor je gefascineerd blijft en bij je past.

Schrijver Jan van Tienen zegt daar het volgende over: “Bij bepaalde onderwerpen heb ik zoiets van ‘wow, daar wil ik over schrijven’ en dat laat me dan niet meer los. Dat blijft dan door mijn hoofd gaan en dan ben ik daar mee bezig. Zodra ik dat voel, dan weet ik dat er iets in zit, of in ieder geval dat het er uit moet.”

Van Tienen dompelt zich in de onderzoeksfase volledig onder in informatie. Langzaam maar zeker begint hij zo overzicht te krijgen in het verhaal. Doordat het onderwerp hem niet meer loslaat is hij in staat om zich hier volledig in mee te laten gaan. “Het begint met een fascinatie. Daar ga ik dan dingen over lezen, ik ga met mensen praten en eindeloos veel details verzamelen. En wanneer het begint te brouwen, merk ik aan mezelf dat ik klaar begin te raken om de boel aan elkaar te schrijven.”

Tip 2: neem je tijd

In tegenstelling tot een kranten- of webartikel, heb je bij een boek gemiddeld 60.000 woorden tot je beschikking. Die wil je natuurlijk niet vullen met onzin, maar wel met informatie die belangrijk is voor jouw verhaal. Ook hier komen de research en de voorbereiding weer om de hoek kijken.

Joris van Casteren vertelt in het boek Meer dan de feiten dat hij eerst alles gezien, iedereen gesproken en alles gelezen moet hebben voordat hij kan gaan schrijven. Hij neemt die tijd om het verhaal te ontrafelen en geheimen te ontdekken. “[…] Als ik op zo’n vertrouwelijke voet met mijn onderwerpen sta dat ik het gedrag van iedereen kan doorzien, ben ik klaar en begint het schrijven.”

Ook het schrijfproces zelf hoeft niet snel te verlopen. Geert Mak vertelt eveneens aan Meer dan de feiten dat hij maar 1500 woorden per dag schrijft. Hij gaat continue terug in de tekst en bevraagt zichzelf of er dingen uit moeten worden gehaald of niet. “Halfnegen beginnen, tussen de middag een ommetje en dan tot halfzeven door. Daarna ben ik helemaal uitgeteld […],” vertrouwt hij de schrijvers toe.

non-fictie
Bron: Mikhail Pavstyuk via Visual Hunt


Tip 3: creëer een dikke huid

Als je besluit om een non-fictie verhaal te schrijven waarvan de hoofdrolspelers nog in leven zijn, kan je wel eens op wat weerstand stuiten. Zo krijgt journalist Joris Luyendijk regelmatig een lading aan kritiek over zich heenGerry van der List, cultuurredacteur bij Elsevier, brandde hem volledig af in een relaas over het boek het kan niet waar zijn. Ook was Hans Laroes, destijds hoofdredacteur bij NOS, niet bepaald te spreken over het boek je hebt het niet van mijHij verweet Luyendijk er zelfs van journalisten als Woodward en Bernstein als hoeren te zien.

Jan van Tienen is zelf ook niet onbekend met kritiek, al kwam dat in zijn geval dichter bij huis vandaan. “Ik schreef over mijn familie en had een tante die dat echt niet leuk vond. Dat is wel moeilijk. Je wilt toch schrijven over de familie, dat heb je dan besloten, dus dan moet je in conflict leven. Soms is er geen oplossing.”

Van Tienen benadrukt daarnaast dat de schrijver dit wel voor zichzelf moet kunnen verantwoorden. Hij is daarbij wel van mening dat een non-fictieschrijver een dikke huid moet hebben. Angst mag niet prevaleren over de behoefte om een verhaal te vertellen.

Valkuil

Naast dat je als non-fictie schrijver dus lef, interesse en een lange adem nodig hebt, zijn er nog verschillende valkuilen die je tijdens je schrijfproces kan tegenkomen. Zo moet je volgens van Tienen echt oppassen voor het verzanden in details. Zoom op tijd uit en vraag jezelf af wat wel en niet belangrijk is voor je verhaal.

Schrijversadvies

Ben je er klaar voor om met jouw eigen verhaal aan de slag te gaan, kijk dan nog even snel naar de onderstaande adviezen. Zo ga je lekker voorbereid je proces in. Succes!

Weet wat je wil schrijven:

Loop niet weg van je eigen vragen:

Vraag om kritiek:

 

Image Credits: Stocksnap via Visual Hunt, GFK, Mikhail Pavstyuk.