De protesten tegen de Dakota Access-pijpleiding (DAPL) zijn de meeste Nederlanders ontgaan. Toch hebben verschillende Tweede Kamerleden vragen gesteld over het hardhandige politieoptreden en de betrokkenheid van Nederlandse banken. De Mediaredactie sprak met Kamerlid Esther Ouwehand (PvdD) over haar overwegingen om vragen te stellen over DAPL.

Hoe komt u als Kamerlid aan nieuws?
“Ik baseer me vooral op de Nederlandse kranten. Ik vind het fijn om thuis een papieren krant te lezen. Ik heb een abonnement op Trouw, omdat zij veel schrijven over duurzaamheid. Op de fractie lezen we alle Nederlandse kranten. Daarnaast scannen we internationale media op duurzaamheidsnieuws. Ook zijn we geabonneerd op de nieuwsdienst van de Tweede Kamer. Hierin wordt al het politieke nieuws voor ons verzameld.”

Heeft u in de Nederlandse media iets teruggezien over de Dakota Access Pipeline?
“Het enige wat ik heb gezien is één artikel in de Volkskrant. Verder is het voor mij een onzichtbaar onderwerp geweest. De cynicus in mij zegt ‘dat verbaast me niet’. Maar zo wil ik niet denken. Het onderwerp speelde natuurlijk vooral tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Ik vind het schrijnend dat er meer aandacht is voor een gebeurtenis waar we totaal geen invloed op hebben. Iedereen heeft het over Trump en Clinton. Maar de dingen waar we echt iets aan kunnen doen en die echt belangrijk zijn, sneeuwen onder.”

De Nederlandse media lieten u wat betreft DAPL dus in de steek. Toch heeft u Kamervragen gesteld over dit onderwerp. Hoe kwam u aan dit nieuws?
“Ik zag een hoop berichten op Facebook voorbij komen. In eerste instantie heb ik hier niets mee gedaan. Zoals het gaat met nieuws op sociale media: als het niet afkomstig is van een erkende nieuwsbron zoals The Guardian of BBC, dan is het moeilijk om het meteen serieus te nemen. De berichten bleven echter komen. Toen ik de beelden en de verslagen onder ogen kreeg, gingen bij mij de alarmbellen af. Bij alles wat ik zag leek er sprake van buitenproportionele repressie tegen een vreedzaam protest. En dat ook nog eens in een reservaat!”

De berichtgeving via Facebook gaf dus aanleiding om Kamervragen in te dienen?
“Eind november verscheen in de Volkskrant het bericht dat ING en ABN Amro betrokken zijn bij de financiering van de pijpleiding. Dit gaf voor mij de doorslag om mijn vragen in te dienen. De PvdD is altijd voor het protesteren tegen potentieel milieuvervuilende activiteiten. Deze demonstranten hebben ook echt een punt. Er kan behoorlijk wat misgaan bij zo’n pijpleiding. Bij een lek kan de olie in de rivier terechtkomen, wat ook meteen het drinkwater vervuilt. Dat is een enorm risico. Maar ook deze banken moeten hun verantwoordelijkheid nemen. De PvdD vindt zo’n investering niet passen bij maatschappelijk verantwoord ondernemen waarvan de banken zeggen dat ze het zo belangrijk vinden.”

Hoe besluit u om over een nieuwsonderwerp Kamervragen te stellen?
“Mijn voorkeur is om in een debat vragen te stellen. Er moet dan wel een debat gepland staan, of je moet de meerderheid van de kamer zover krijgen dat ze instemmen met een debat over jouw onderwerp. Als de optie er niet is, dienen we schriftelijk vragen in. Vooral wanneer wij vinden dat het kabinet een rol heeft die het niet vervult.  We willen ze scherp houden. Het kabinet is nogal selectief in het veroordelen van mensenrechtenschendingen. Bevriende staten durft het kabinet niet zo snel te veroordelen, terwijl over niet-bevriende staten meteen wordt gezegd ‘Nou nou, wat een schande!’ Ik vind dat je als overheid hardop kunt zeggen: ‘De rechten van de bewoners van het reservaat moeten gerespecteerd worden! Daar staan wij voor als vrije democratie. Waarom lijkt het er dan op dat vreedzame demonstranten met buitenproportioneel geweld worden teruggedrongen?’ Je moet je uitspreken tegen buitenproportioneel politiegeweld. Of dat nu gebeurt in de VS of in China.”