Een clubje veelal gepensioneerde journalisten komt vanaf 1 maart met een nieuw opinieblad: Argus, vernoemd naar de fictieve verslaggever van de Rommeldamse media. Uit het verlangen naar het knisperende papier van de Haagse Post en Vrij Nederland in hun glorietijden, ontstond het idee.  Een van de initiatiefnemers is ex-Parooljournalist Paul Arnoldussen.

“We doen het puur voor ons plezier”, zegt Arnoldussen. Moet ook, want alle redacteuren werken onbetaald. Dat brengt met zich mee dat de redactie wat op leeftijd is. Tekenaar Michiel Wijdeveld is zo goed als de enige die de zestig nog niet is gepasseerd. “Het is niet zo dat je oud en kaal moet zijn om mee te doen, maar je kunt niet zomaar freelancers vragen. Het is pijnlijk om mensen te benaderen die ervan moeten leven. De meesten van ons hebben een goed pensioen. Dan is dit werk geen probleem.”

Voormalig Vrij Nederlandjournalisten Rudie Kagie en Kees Schaepman vormen de hoofdredactie. Arnoldussen zelf verzorgt een aantal rubrieken. Andere bijdragers aan het blad zijn onder meer journalisten Thomas Lepeltak, John Jansen van Galen, Cisca Dresselhuys en Paul Westink.

Het blad verschijnt eens in de twee weken. “Dat vonden de andere initiatiefnemers veiliger”, zegt Arnoldussen. Hijzelf wilde in eerste instantie een weekblad en maakte zich er geen zorgen over dat ze dat niet konden vullen. “Een weekblad is echter per definitie duurder dan een tweewekelijks of maandblad, dus riskanter. Als het een groot succes wordt, kan het nog veranderen in een weekblad.”

Vrijheid

Nu kunnen de journalisten bij Argus ook wat langer de tijd nemen voor hun stukken. Arnoldussen benadrukt het belang daarvan, maar snapt anderzijds de reguliere bladen. “Die moeten gewoon een krant volkrijgen.”

Probleem de laatste tijd zijn volgens hem de formats. “Stukjes die bijvoorbeeld niet langer dan vijfhonderd woorden mogen zijn. Wij zijn daar wat vrijer in. Bij ervaren mensen die we goed vinden – en daar is onze keuze voor redacteuren op gebaseerd – kun je ervan uit gaan dat wat ze schrijven goed is.”

Redacteuren hoeven zich niet vast te houden aan hun specialisatie. “John Jansen van Galen zit nu op Binnenland, maar zou net zo goed voor Buitenland kunnen schrijven.” Argus noemt zichzelf dan ook een auteurskrant. ‘Met redacteuren die je leest, wáár ze ook over schrijven’, zo meldt de site.

Abonnees

Om rond te komen, heeft Argus 1500 abonnees nodig. Zeshonderd mensen meldden zich in de eerste zeven dagen. Nu, weer een week later, staat de teller op ongeveer 750. “Het aantal abonnees stijgt natuurlijk wat langzamer dan in het begin, maar er is nog tijd genoeg om de 1500 te halen. We zijn vrij intensief bezig met bekendheid te werven. Ik heb er vertrouwen in.”

Op de website staat het nulnummer van Argus, een voorproefje. Onderwerpen zijn hier niet actueel, maar dat verandert. Daarnaast worden de acht pagina’s die het proefnummer telt er uiteindelijk 24. Een jaarabonnement op het blad kost 50 euro.

Image Credits: Illustrator: Marten Toonder Bron: Paul Arnoldussen.