Alsmaar wordt ouders aangepraat dat digitale media zeer negatieve effecten op het kinderbrein zouden uitoefenen. Deze bezorgde ouders hebben het echter vooral over zichzelf.

De digitale samenleving zou desastreuze gevolgen hebben: kinderen ontwikkelen minder empathie. Hun aandachtspan neemt met rasse schreden af. Google maakt kinderen dom. De druk om ‘erbij te horen’ is dankzij sociale media groter dan ooit; zo heeft Facebook een ware puberdepressie-epidemie los geketend.

Dat het heel wat genuanceerder ligt, is evident. Toch maken ouders zich nog altijd grote zorgen over het digitale mediagebruik van hun kind. Hen wordt aanbevolen om het mediagebruik van hun kind te monitoren, beperken of in het geheel de kop in te drukken. Niet voor niets worden allerlei apps uit de grond gestampt die ouders erbij moeten helpen ‘het mediagebruik van hun kind in te perken’. Er is een markt voor opvoedkundige lectuur waardoor ouders hun kinderen ‘verstandig met media om kunnen leren gaan’.

De angst van ouders is dusdanig groot, dat er een markt is ontstaan om het hen te laten schikken. Maar hoe heeft het zo ver kunnen komen? Komt dat alleen door de vergaande waarschuwingen?

Volgens Jessica Piotrowski, hoofd Center for research on Children, Adolescents, and the Media (CcaM), hebben deze ouders het vooral over zichzelf. “Hier is hier sprake van een third-person-effect”, meent ze. Bij communicatie in de media onderschatten ouders het effect op henzelf, terwijl ze het effect op hun kinderen overschatten.

Bovendien is de houding van ouders ten opzichte van kinderen hypocriet: De ouders zelf weten vaak zelf niet eenswat voor invloed mediagebruik op hun brein heeft. Laat staan op dat van hun kinderen. In veel gevallen zijn ouders meer achterstallig op digitaal gebied dan hun kinderen. “Ouders zijn daar onzeker over. Deze onzekerheid wordt door ouders vervolgens afgereageerd op hun kinderen. ”