N&A

Van Venezuela naar de straten van Purmerend

Jan 28, 2016 Maartje Groenen

Foto: Alisa Beudeker

Hij liep mee met smokkelaars en bracht vrijwillig twee dagen door in de beruchtste gevangenis van Venezuela, allemaal voor een journalistieke productie. Inmiddels terug in Nederland, schrijft hij over zijn eigen leven ‘van niets naar iets’. Michel Spekkers (32) is onderzoeksjournalist… en dakloos.

We spreken elkaar in een klein café aan de Koemarkt in Purmerend. “Vind je het erg als ik eerst even een sigaretje rook?”, vraagt hij voordat we naar binnen gaan. Eenmaal binnen begint hij zijn verhaal. Tot eind september 2015 woonde hij in Venezuela, maar na een bezoek aan zijn familie besloot hij in Nederland te blijven. “Ik stelde mezelf de vraag of ik wel in een gevaarlijk land als Venezuela wilde blijven. Ik liep daar iedere dag met een kogelvrij vest rond.” Nadat hij een periode bij kennissen verbleef, is Spekkers nu ruim twee maanden dakloos en verblijft hij in de nachtopvang van Purmerend. Hij begint zijn dag in het ziekenhuis, tot om tien uur de bibliotheek open gaat. Dan werkt hij daar aan zijn stukken en als zijn stamcafé Aaf de Wolf open is, krijgt hij daar een kop koffie. “De eigenaar kent mij ondertussen en ik mag er gebruik maken van het internet.”

Van niets naar iets

Toen Spekkers terug naar Nederland kwam, had hij geen geld, geen woonruimte en geen vaste baan. “Ik heb eerst in Amsterdam geprobeerd een woonruimte te zoeken, maar daar konden ze niets voor me doen. Je moet terug naar een stad waar je een band mee hebt. In mijn geval was dat Breda of Purmerend. Uiteindelijk heb ik me aangemeld bij verschillende instanties en ben ik in de nachtopvang terecht gekomen.” Op zijn blog schrijft hij over zijn bevindingen als dakloze, maar ook over de mensen die hij tegenkomt. “Ik schrijf graag over de mensen achter het verhaal. Op het moment ben ik bezig met een verhaal over het meisje van de bibliotheek. Ik heb een aantal gesprekken met haar gevoerd en we kwamen erachter dat we best wat overeenkomsten hebben.”

“Op straat heb je veel tijd en je komt veel mensen tegen. Ieder mens heeft een verhaal en nu ik op straat leef, heb ik de tijd om daarnaar te luisteren. Je komt vaak op plekken waar heel veel gebeurt, zoals bij het koffiezetapparaat in de Albert Heijn of een bankje in het park. Ik houd daar waardevolle contacten aan over. Als je dakloos bent, kun je twee dingen doen: je gebruikt het als je zwakte of je gebruikt het als je kracht. Ik heb voor dat laatste gekozen.”

Inkomsten

Spekkers schrijft onder andere voor Reporters Online en die stukken verschijnen op Blendle. De opbrengst van zijn artikelen,  is zijn bron van inkomsten. “Mijn stukken op Blendle kosten €0,69 per artikel. Voor kleine artikelen is de prijs iets lager: €0,28, maar dat geldt voor artikelen van minder dan zevenhonderd woorden. Ik zorg meestal dat ik stukken van rond de twaalfhonderd woorden maak.” De helft van de inkomsten gaat naar een collectief van Reporters Online. “Ik moet steeds een bepaald bedrag afstaan, maar dat krijg ik ook weer terug. Stel, ik schrijf minder of mijn artikelen worden minder gelezen, dan krijg ik alsnog een bepaalde vergoeding.”

Grenzen opzoeken

In Venezuela schreef Spekkers stukken over de corruptie van de overheid, over smokkelaars en liep hij zelfs mee in een gevangenis. “Ik denk dat je heel ver kunt gaan om een stuk te maken. In principe ga ik zo ver als de wet in Nederland mij toelaat. Dat is een duidelijk verschil met Venezuela, daar is de wet veel buigzamer. Toen ik een stuk over Tocoron schreef, de beruchtste gevangenis van Venezuela, moest ik een bewaker omkopen om daadwerkelijk de gevangenis in te mogen. De bewakers bleven buiten, echt niemand durfde daar naar binnen. Ik heb me als het ware vrijwillig voor twee dagen laten opsluiten om zo het leven in deze gevangenis te kunnen ervaren.”

“Een ander voorbeeld is de oversteek van Venezuela naar Curaçao. Je moet dan eigenlijk uitchecken in het ene land en weer inchecken in het andere land. Ik heb een tijdje met smokkelaars meegelopen die de oversteek met een ongeregistreerd bootje maken. Dat is verboden, maar ze kunnen er niet veel tegen doen. Het gebeurt gewoon. Op die manier overtreed je wetten, maar ik vind het wel kunnen. Als ik dat niet had gedaan, had ik dergelijke stukken nooit kunnen maken.”

Hij krijgt ook wel eens kritiek op zijn stukken. “Ik heb naar aanleiding van een stuk over journalist Stefan Huijboom, die loog over zijn opsluiting in Beiroet, behoorlijk wat kritiek gehad. Toen hij net terug was in Nederland, heb ik hem opgezocht. We hebben een heel open gesprek gehad en ik heb er een stuk van gemaakt. Dat viel niet in goede aarde bij sommige collega-journalisten.”

De macht van Twitter

Spekkers is erg actief op Twitter. Met ruim 1200 volgers tweet hij over zaken waar hij tegenaan loopt tijdens zijn verblijf in de daklozenopvang van Purmerend. “Ik merk dat ik een bekender gezicht word. Ik krijg extra informatie  en soms voorrang bij bepaalde dingen van wethouders. Zo was er rond Kerstmis geen eten in de nachtopvang. Ik stuurde daarover een tweet en de volgende ochtend waren de koelkasten gevuld.” Dat is echter niet het doel wat Spekkers wil bereiken. “Mijn rol is niet om de daklozen te vertegenwoordigen. Ik schrijf gewoon over mijn leven, van niets naar iets. Dat houdt niet op als ik een huis heb gevonden.  Ik stop pas met schrijven op het moment dat ik gelukkig ben. En misschien zelfs daarna nog niet.”

In de toekomst

“Ik heb doelen gesteld die ik wil bereiken. Allereerst wil ik de beeldvorming veranderen. Er heerst een behoorlijk negatief beeld over daklozen en ik wil graag bijdragen aan een positiever beeld. Daarnaast wil ik helpen de wachttijden van de opvang te verkorten, zodat daklozen sneller een bed en uiteindelijk ook een dak boven hun hoofd hebben. Als laatste wil ik de capaciteiten verhogen. Maar, ik ben hier niet om alle problemen op te lossen. Dat moeten de mensen doen die daarvoor betaald krijgen. Ik ben nu bezig met een plan voor crowdfunding van mijn journalistieke producties. Ik hoop dat ik een vast publiek kan vinden voor mijn stukken. Maar ik wil natuurlijk eerst een goede baan en een dak boven mijn hoofd. Dat is nu het allerbelangrijkst.”