Tranen op televisie
N&A

De opkomst van de televisietraan

Jan 27, 2016 Pjotr Bos

De wereld van de televisietraan kent haar eigen mythes. De tranen van Obama waren goed voor een week van reflectie op de politieke waterlander en ook de meesterlijk in beeld gebrachte traan van Maxima wordt nog graag uit het archief opgediept. Een van die mythen leer ons dat de publieke traan ooit een zeldzaam goed was: de traan van Wiegel.

De beelden van het moment zijn niet terug te vinden en het verhaal gaat dat Avro-presentator Jaap van Mekeren ze eigenhandig heeft vernietigd. Omdat hij zich er voor schaamde. Tijdens een verkiezingsdebat kreeg Wiegel, wiens vrouw een jaar eerder was overleden, een verwijt over de positie van jonge weduwnaars. De politicus kon zijn tranen niet bedwingen en de camera draaide bescheiden weg.

“Het is tegenwoordig vaak zo dat mensen verwachten dat iemand op bepaalde momenten emotioneel wordt”, meent ‘huilprofessor’ Ad Vingerhoets. “Huilt diegene dan niet, dan heeft dat alleen vooral negatieve gevolgen.”

Heel anders dan in de tijd van Wiegel. Tranen zijn niets om je voor te schamen, maar juist voor een gebrek aan emotie. “Het taboe op emotie is verdwenen. Op televisie is dat extra goed te zien”, zegt Jean-Pierre Geelen, oud tv-recensent van de Volkskrant.

“Vrouwen hebben meer last van een huilbui dan mannen”, concludeerde Carla van Baalen, die er als hoogleraar parlementaire geschiedenis onderzoek naar deed, nog geen twee jaar geleden in het Algemeen Dagblad.

“Op iemand die huilt reageren we grofweg op twee manieren”, legt Vingerhoets uit. “Of je ziet het als zwakte, of je vindt het iets moois. De laatste onderzoeken die we hebben gedaan wijzen dat erop dat er geen verschil tussen de seksen zit. Vrouwen worden niet vaker als zwak gezien dan mannen.”

We vinden tranen iets moois

Het lijkt erop dat we huilen steeds sneller als iets moois gaan zien. Die verandering is volgens Vingerhoets aangezwengeld door sporters. “Doordat bijvoorbeeld voetballers openlijk emotioneel zijn bij overwinningen en verliezen, is het vooral voor mannen steeds minder taboe om emotie te tonen.”

Ook op tv zijn steeds vaker tranen te zien. “Dat had als gunstig bijeffect dat het voor veel mensen acceptabel werd om zo nu en dan te huilen. Televisie versterkte de verandering die gaande was,” vindt Geelen.

Dat komt omdat televisie, volgens Geelen, bij uitstek een emotiemedium is: “Televisie is ideaal voor het overbrengen van emotie en niet zo goed in het overbrengen van feiten.” De band tussen televisie en emotie is echter subtieler. Vingerhoets meent dat mensen het meest huilen tussen zes en tien ’s avonds, met hun partner of moeder. Of het toeval is dat dat ook de setting is waarin de meeste mensen naar televisie kijken, is onduidelijk. Er spelen simpelweg teveel andere factoren mee. Feit blijft dat het moment dat we naar televisie kijken ook het moment is dat we het meeste janken.

“Maar volgens mij slaan we enigszins door”, zegt Geelen. “Alles gaat over emotie. Redacties zoeken steeds naar ‘schokkende beelden’ en televisiemakers weten precies wanneer ze waterlanders kunnen verwachten.”

Huilen is ook niet per se iets positiefs. “In het onderzoek zien we dat precies de helft van de ondervraagden zich opgelucht voelt. Tien procent voelt zich juist slechter na een huilbui”, zegt Vingerhoets.

Waar komen de tranen vandaan?

Het taboe op huilen is dus verdwenen. Zowel op televisie als in de maatschappij wordt er steeds vaker publiekelijk een traantje gelaten. Vrouwen huilen, volgens Vingerhoets nog steeds vaker dan mannen, maar daar blijft het verschil dan ook wel bij. Bovendien begrijpen we huilen volgens hem wel vaak verkeerd: “Tranen zijn geen teken van verdriet, maar van hulpeloosheid. We huilen als we ons hulpeloos voelen.”

Ad Vingerhoets is hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Jean-Pierre Geelen, is columnist voor de Volkskrant en schrijver van het boek ‘Zelf tv kijken’.

Image credits: Evert F. Baumgardner – National Archives and Records Administration.