Het gaat niet al te best met de lokale omroepen. Hier en daar vallen omroepen om, omdat de financieel niet rond komen of met bestuurlijke problemen kampen. Zo moest de gemeente Nijmegen garant staan voor een extra investering in omroep N1 om het te redden. Datzelfde gebeurde bijvoorbeeld met Studio Alphen in Alphen aan de Rijn. Voor een omroep als RTV8 werd geen extra subsidie uitgetrokken; de Drontense omroep moest daardoor stoppen.

De Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON) schreef in 2015 een zogeheten vernieuwingsconvenant. Daarin wordt een aantal zaken aangestipt waar lokale omroepen op moeten letten. Hiermee moet een positieve periode aanbreken voor de lokale omroepen. Maar gaat het dan overal zo slecht? ‘Nee’ is het antwoord. Er zijn ook omroepen waar het heel goed gaat. Wij gingen op zoek naar de positieve verhalen in de lokale omroepwereld.  Wat zijn de succesfactoren van deze omroepen? Hoe kan een lokale omroep overleven?

Subsidie en marketing

Het geld dat er binnen komt is een belangrijke factor voor succes. Zonder subsidie is het vrijwel onmogelijk om kwalitatief hoogstaande programma’s te maken. Studio040, de lokale omroep in Eindhoven, heeft de gemeente Eindhoven in 2010 ervan moeten overtuigen om de subsidie op te krikken. “Omgerekend krijgt een provinciale omroep vijf euro per inwoner aan subsidie. Lokale omroepen moeten het vaak met slechts vijftig cent per inwoner doen”, legt directeur Michiel Bosgra uit. “Doordat de gemeente Eindhoven onze subsidie omhoog heeft gegooid, konden we ons bewijzen. En nu hebben we de gemeente ervan overtuigen dat de hogere subsidie permanent moest worden.”  Ook bij Omroep Venlo, de lokale omroep met het beste actualiteitenprogramma volgens de OLON, wordt die mening gedeeld. Eindredacteur Thijs Pennings: “Het succes van een lokale omroep is sterk afhankelijk van de gemeente waarin de omroep actief is. De gemeente moet welwillend zijn en bereid om te investeren. Alleen dan kan een omroep succesvol zijn,.”

WOS Media (de lokale omroep in Westland, Midden-Delfland, Maassluis en Hoek van Holland) werd in 2014 door de OLON verkozen tot Lokale Omroep van het Jaar.  Dat heeft het mede te danken aan de goede marketing van de omrpoep , stelt voorzitter Aart den Haan, die al jaren actief is in de retailwereld: “Mede door mijn eigen hebben we onze reclames zo kunnen verbeteren, dat adverteerders in de rij staan om bij ons hun reclames te verkopen. We hebben jonge talenten die ervoor zorgen dat de reclames bij WOS Media er zeer professioneel uit zien. En dat moet ook, want met alleen subsidie red je het niet.”

Nieuws en actualiteiten

En als het geld er dan is, moet er ook wat mee gedaan worden. Studio040 heeft door kwalitatief goede programma’s te maken zich bewezen tegenover de gemeente dus de subsidie is er nog steeds. En de beloning daarvoor kwam in de verkiezing tot Lokale Omroep van het Jaar 2015. “Elke dag nieuws brengen is het belangrijkste doel”, vertelt Bosgra. “En dat moet dan ook echt nieuws zijn, geen verslag van een evenement dat drie weken eerder plaatsvond.” Raymond Janssen is sinds afgelopen jaar hoofd nieuws bij het Nijmeegse N1. Hoewel de omroep op het nippertje gered werd, heeft Janssen goede hoop dat het vanaf nu beter zal gaan. Daarom deelt hij de mening van Bosgra. “Het is belangrijk dat het nieuws ook echt ‘nieuw’ is. Daarnaast moet je dicht bij de mensen staan.” Volgens Pennings wil Omroep Venlo ‘gevoel hebben voor het gesprek in de stad’. Zo willen de omroepen een betere dagelijkse nieuwsvoorziening maken.

De OLON schrijft in het vernieuwingsconvenant over nieuws en actualiteit dat producten van lokale omroepen van groot belang zijn voor een omroep. Het moet gericht zijn ‘op de natuurlijke habitat van de burger’ en er moet sprake zijn van ‘interactie en participatie’ van de burgers. Op die manier moeten mensen graag willen kijken naar lokale omroepen. Behalve een dagelijks nieuwsprogramma hebben sommige omroepen ook andere actualiteitenprogramma’s. Zo heeft WOS Media een opsporingsprogramma, volgens Den Haan “een lokale versie van Opsporing Verzocht”, en is bij Omroep Venlo iedere vrijdag een actualiteitenshow te zien. Hoewel er geen concrete cijfers van zijn, hebben de omroepen het idee dat die programma’s erg goed bekeken worden.

Vrijwilligers en internet

Goede inkomstenbronnen en een goede nieuwsvoorziening zijn alleen niet belangrijk genoeg. Zo kunnen vrijwilligers, waarmee de omroepen veelal werken, van een hoog niveau zijn. “Vrijwilligers zijn altijd enthousiast voor hun woonplaats en hun werk ”, stelt Janssen. Hij vindt echter wel dat ze beter in hun werk kunnen worden door goede coaching vanuit de omroep. Volgens hem hebben jonge vrijwilligers niet alleen de toekomst, maar ook het heden. “Jonge vrijwilligers zorgen voor nieuwe ideeën. Bij sommige omroepen zijn oude ideeën wat vastgeroest en daar komen jongeren makkelijker uit.”

Vervolgens is er nog een belangrijk aandachtspunt voor lokale omroepen. Die moeten namelijk niet alleen via de televisie en radio actief zijn, maar omroepen moeten ook op het internet te vinden zijn. “In de tijd waarin digitaal steeds belangrijker wordt, kunnen we niet achterblijven”, zegt Den Haan van WOS Media. De OLON zegt ook in hun convenant dat niet alleen een goede website, maar ook aanwezigheid op sociale media een belangrijk aandachtspunt is. Op die manier kan een lokale omroep ook de interactiviteit van de burgers vergroten, omdat er directer contact is met de doelgroep.