Internationaal N&A

COLUMN: ‘I really didn’t know him that well’

Jan 12, 2016 Jasper Spanjaart

“Ah, wat naar, Jasper Spanjaart is overleden – zullen we een uitzending wijden aan al zijn fantastische prestaties in de wereld van de journalistiek en literatuur?”

“Lijkt me een goed idee. Wie zullen we eens uitnodigen om te komen praten?”

“Ik ken nog wel de achterneef van een vriend van een kennis die hem ooit op straat nog begroet heeft.”

“Geweldig! Die kan vast vertellen wat voor goeie kerel het was.”

De vraag ‘wie nodigen we uit na de dood van [vul wereldberoemd icoon hier in]?’ lijkt een eeuwig dilemma te blijven op zowel nationale als internationale televisieredacties. Zo ook bij de BBC. Ja, zelfs de British Broadcasting Corperation beging na de dood van David Bowie een grove blunder.

In het ochtendprogramma BBC Breakfast, dat gemiddeld dagelijks door zo’n anderhalf miljoen Britten (en één FHJ-student) bekeken wordt, kreeg presentatrice Louise Minchin in-studio een vrouw aan de lijn. Laten we haar voor de vorm even Susanne noemen.

Minchin bestempelde Susanne in haar introductie als ‘Bowie-kenner’, waarna de logische, al zij het typische, vraag kwam: “Hoe reageerde je na het horen van het nieuws?” Wat volgde was enige hoorbare twijfel aan de andere kant van de lijn en het antwoord: “Oh, but I really didn’t know him that well.”

In principe zou dat antwoord voor een ervaren journaliste als Minchin reden moeten zijn om het interview vroegtijdig af te kappen: on to the next one. Maar nee. Louise ging door: “Maar je kende hem dus goed en hebt met hem samengewerkt?”

Wat bleek was dat de vader van Susanne in een ver verleden met Bowie had samengewerkt, maar dat ze zelf de grootse musicus nooit daadwerkelijk ontmoet had. Het kan zo zijn dat een stagiair in het research-team in alle vroegte een vergissing heeft gemaakt – maar het is eigenlijk een fout die een nieuwsorganisatie zich niet kan permitteren.

En toch gebeurt het keer op keer. Zo ook bij De Wereld Draait Door – en daar leek het even, heel even zo goed te gaan.

Aan tafel zat toneelregisseur Ivo van Hove, de man die voor het laatst écht met Bowie had samengewerkt en als één van de weinigen afwist van zijn ziekte. De geëmotioneerde Vlaming zorgde met een heartfelt verhaal voor oprecht mooie televisie. Daarna volgde popmuziekjournalist Leo Blokhuis, die zijn algemene verbazing en Bowie-fandom ook goed over wist te brengen.

Prima! Stop de uitzending! Ik wil het niet Golden Globe-waardig noemen, maar deze uitzending kan de boeken in als één van de betere DWDD-producties van de afgelopen jaren. Sluit voor de vorm nog even af met een mooie uitvoering van Space Oddity, and call it a day.

Maar toen ging men tóch nog de fout in. De blunder die eerder die dag in een BBC-studio in Manchester gemaakt werd, verplaatste zich naar Hilversum. Het ultrapersoonlijke verhaal was nog net niet persoonlijk genoeg en bovendien was er zendtijd over. Dus wat doe je dan? Juist, je vraagt een aantal semi-BN’ers naar hun persoonlijke herinneringen aan David Bowie. Dat willen mensen immers horen! Toch? Toch?!

Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het recipe for disaster, tegen alle verwachtingen, alleraardigst verliep. Een voor een lieten de gasten zich kort uit over Ziggy, gevolgd door zijn of haar favoriete Bowie-moment. En toen gebeurde iets wat nooit een goed idee is: Patricia Paay kreeg het woord…

Ik zou nu uitgebreid kunnen vertellen over hoe Paay ongegeneerd in drie minuten tijd een compleet programma verziekte met een onnodige vermenselijking van een mythe, maar dat ga ik niet doen. Daar is genoeg over gezegd. De imbeciele acties van een aandachtsgeile has been spreken voor zich, de acties van televisieredacties in Manchester en Hilversum daarentegen niet. And now back to Louise in the studio…

“Wat een treurig nieuws, hoe ga je er mee om?”

“Nou ja, hij heeft mij ooit op straat begroet… maar ik kende hem verder niet echt.”

“Het was dus jouw beste vriend én collega?”