IO Pages is een muziektijdschrift waarin progressieve rockmuziek volledig in de schijnwerpers staat. Freek Wolff (55) is al twintig jaar hoofdredacteur bij het blad en wordt gedreven door zijn passie voor progressieve rockmuziek. Freek: “Ik had nooit durven dromen dat ik met mijn grote helden zou kunnen spreken.”

Op een plein in het Gelderse Ede duwt een kleine stapel cd’s tegen het bovenraam van een huis aan. Het kan niet anders dan dat dit het huis van een muziekliefhebber is. In de woonkamer wordt dat nog duidelijker: twee speakers zo hoog als een eettafel en vier Ikea cd-kasten vol met muziek. Bij de voordeur klinkt het gerinkel van sleutels. Freek stapt de kamer binnen met een brede glimlach op zijn gezicht. “Ah, je bent er al”, zegt Freek. Hij legt zijn voice recorder op de eettafel en schenkt een glas Alpro in. “Ik heb zelf net een interview afgenomen. Ik ben best benieuwd hoe het is om eens aan de andere kant te zitten”, zegt hij.

Freek is naast hoofdredacteur ook freelancer. Deze combinatie is niet heel gebruikelijk in de journalistiek, maar er is in Freeks geval wel een duidelijke reden voor: iO Pages wordt op vrijwillige basis gemaakt. “De mensen die stukken schrijven voor het blad krijgen er niet voor betaald. Het is gewoon vrijwilligerswerk”, vertelt de hoofdredacteur. Het tijdschrift wordt uitgegeven door stichting i.o. en is alleen te verkrijgen door middel van een abonnement. Freek: “Een hoop mensen die het blad zien, zeggen dat ze verrast zijn dat het niet in de winkels ligt. Ze vinden namelijk dat het een hele professionele uitstraling heeft. Dat vind ik leuk om te horen, want dat vind ik zelf ook.”

Hoe is het blad ontstaan?
“Het is ooit begonnen met ene Willebrord Elsing die halverwege de jaren ’80 een platenmaatschappij genaamd SI Music opzette. Hij was zo slim om een blad uit te geven waar hij vooral zijn eigen cd’s in presenteerde. Dat begon heel sober met een paar velletjes, maar werd al gauw een aardig blaadje. Zo is dat een beetje gegroeid, totdat zijn platenmaatschappij instortte door een hoop gedoe met een distributeur (Roadrunner). Dat liep zo uit de hand dat hij financieel in de put raakte en het blad links liet liggen. Na een half jaar klopte hij aan bij een toetsenman van een bandje die hij in zijn stal had en die man kende mij weer. Zo is het balletje gaan rollen.”

Freek Wolff

Waar komt de naam iO Pages vandaan?
“Willebrord Elsing heeft die naam verzonnen. Daar zijn we nog steeds helemaal niet blij mee. Io is een maan in de buurt van Jupiter. Elsing las ergens dat het een maan is met jong vulkanisch gesteente. Door een rare kronkel kwam hij tot de conclusie dat dit symbool staat voor de progressieve rock. Verder is Io ook het liefje van Zeus, maar wat dat met progressieve rockmuziek te maken heeft, weet ik ook niet, haha. Ik zit het nu wel een beetje af te kraken, maar het heeft wel iets obscuurs en aparts. Daarom hebben we het zo gelaten. We zijn wel nog steeds van plan om het ooit te veranderen.”

Welke leeftijdsgroep leest het blad?
“Vijftigers zijn nog steeds onze grootste doelgroep. Dat komt doordat de progressieve rockmuziek is begonnen in de jaren ’70. Ik was toen zelf tien jaar oud. Op mijn dertiende liet mijn neef me een lp van Yes horen. Zij zijn samen met onder andere Genesis, Pink Floyd en Camel één van de aartsvaders van de progressieve rock. In die tijd groeiden deze bands enorm in populariteit en haalden ze zalen vol. Een beetje vergelijkbaar met hoe U2 en Muse dat tegenwoordig doen. De nieuwe generatie is niet echt bekend met progressieve rock en wordt overspoeld door andere muziek. Voor jongeren is muziek veel vluchtiger. Ze kopen geen cd’s, maar ze luisteren naar Spotify. Jongeren hebben ook geen zin om een magazine te kopen: als ze iets willen weten, kijken ze gewoon op internet.”

Steven Wilson in New York

Is er nog wel voldoende om over te schrijven?
“In ieder nummer besteden we twintig pagina’s aan cd-recensies en zelfs dan kunnen we ze nog niet allemaal kwijt. Progressieve rock is weggezakt door andere stijlen, maar is nooit helemaal weggeweest. In de jaren ’90 kreeg het weer een boost met Dream Theater, wat het begin was van de progressieve metal. Op dit moment is Steven Wilson het boegbeeld van ons genre. Hij is een creatieve artiest die de progressieve rock van een frisse scheut energie heeft voorzien en die bovendien ook nieuw publiek aantrekt.”

Hoe lastig is het om grote artiesten te benaderen?
“Het is maar wat je grote artiesten vindt. In de jaren ’70 was Yes gigantisch. Als we toen hadden bestaan, hadden we die niet kunnen bereiken als blaadje met 1650 abonnees. De Yes van nu kunnen we dan wel weer goed bereiken. Ook bands als Dream Theater kunnen wij best aardig benaderen. Van het gerenommeerde platenlabel Inside Out krijgen we de interviews echt op een presenteerblaadje aangeboden. Op sommige momenten moeten we weleens ‘nee’ zeggen.”

John Petrucci & Jordan Rudess van Dream Theater
Jordan Rudess & John Petrucci van Dream Theater

Wat is de toekomst van iO Pages?
“Ik hoop dat we ons bestaansrecht kunnen behouden. We zijn altijd bezig om het blad te verbeteren en de laatste jaren is dat behoorlijk gelukt. Print heeft het gewoon moeilijk. We hebben weleens gesproken met uitgevers, maar dat is een zachte dood gestorven. In november zijn we van plan om een brainstormsessie te houden. We hopen er dan achter te komen waar de problemen liggen. De integratie van het internet is ook weleens ter sprake gekomen. Er zijn namelijk sites die op vrijwillige basis informatie geven over progressieve rockmuziek. Ik sluit een eventuele samenwerking met de sites zeker niet uit. Uiteindelijk zou het natuurlijk het leukste zijn om in de winkels te liggen en door te groeien naar meer dan vier- of vijfduizend abonnees.”

Image Credits: Foto(1): Kevin van den Essen, Foto(2):Kevin van den Essen, Foto: Flickr/Alex Harden, Foto: Wikipedia/dxburbuja.