Het blokkeren van advertenties op internet wordt al een tijdje toegepast op computers. Sinds kort is het ook mogelijk om advertenties te omzeilen op de smartphone. Zo heeft Apple in de nieuwste versie van het besturingssysteem IOS een ondersteuning ingebouwd waardoor het mogelijk is apps te instaleren die online advertenties blokkeren. Het Duitse bedrijf Adblock Plus heeft onlangs een mobiele webbrowser voor IOS en Android vrijgegeven die advertenties uit webpagina’s filtert. Dit klinkt misschien als louter goed nieuws, maar adblockers brengen ook nadelen met zich mee.

 

‘Doodssteek’

Bedrijven die voor hun inkomsten afhankelijk zijn van adverteerders, zijn vanzelfsprekend niet blij met de nieuwste ontwikkeling op het gebied van adblocking. Zij zijn bang dat zij dat door de opkomst van adblockers adverteerders zullen kwijtraken. Christian van Thillo, CEO van De Persgroep, vindt zelfs dat adblockers verboden moeten worden. In een interview met de NOS zei hij: “Het zou vandaag niet de doodssteek zijn, want online advertenties vertegenwoordigen bij ons nog maar 10 tot 15 procent van de omzet. Maar het zou de doodssteek zijn voor onze toekomst”.

Onwenselijk voor adverteerders

Linda Hell, woordvoerster van de BVA, vertelt dat er op dit moment nog geen sprake is van weglopende adverteerders. Wel noemt zij de stijgende trend in het gebruik van adblockers ‘zorgwekkend’. “Wanneer steeds meer internetgebruikers online reclame gaan blokkeren, kan dit ertoe leiden dat uitgevers met een op online reclame steunend verdienmodel het financieel niet meer redden. Dat kan leiden tot een verschraling van het aanbod van online content en dat is niet wenselijk voor adverteerders.”

Nadelig consequenties voor de consument

De woordvoerster van de BVA benadrukt dat het gebruik van adblockers ook nadelige consequenties heeft voor de consument. Ze legt uit dat advertenties bij online diensten en content eraan bijdragen dat deze goedkoper, of zelfs gratis kunnen worden aangeboden; “Websites als Facebook en Nu.nl zijn gratis voor de gebruiker, omdat adverteerders deze media betalen om hun advertenties te tonen aan een specifieke doelgroep. Een voorbeeld van zo’n doelgroep is ‘mannen in de leeftijdscategorie van 22 tot 34 jaar, met een interesse in hockey’. Ditzelfde model vind je terug bij meer traditionele media. Consumenten betalen niet voor tv- en radiozenders zoals RTL en Q-music, omdat adverteerders betalen aan de zender om hun reclame campagnes uit te dragen. Als er minder of geen reclames meer uitgezonden worden zal de gebruiker dus meer moeten betalen. Bijvoorbeeld door de aanschaf van een apart abonnement, of een belasting in de vorm van kijk- en luistergeld.”

‘Dubieus’

Adblock Plus, het bedrijf dat de eerdergenoemde webbrowser voor IOS en Android vrijgaf, is bereid om sommige advertenties wél door te laten. De voorwaarden hiervoor zijn onder andere dat de advertentie niet ‘te hinderlijk is voor de consument’, en dat de adverteerder in kwestie hier een geldbedrag tegenover stelt. De BVA vindt dit laatste ‘dubieus’, en vindt dat dit twijfels oproept bij de verdere voorwaarden die Adblock Plus stelt aan adverteerders.

Online reclame kritischer bekijken

Volgens de BVA moet adblocking voor de hele industrie, dus zowel voor online media als adverteerders, een aanleiding zijn om het huidige aanbod van online reclame kritisch te gaan bekijken. Dit kan volgens Linda Hell op een aantal manieren; “Meer onderzoek naar wat de consument stoort, zou kunnen helpen. Daarnaast zouden adverteerders technische partijen en bureaus kunnen aanmoedigen tot kwalitatieve innovatie. Wanneer de kwaliteit van de online reclame verbetert, beleeft de consument er ook meer plezier aan.”

Door Bernd Engelen